Een stukje geschiedenis over elektriciteit, morse en radio
Sinds het begin van de negentiende eeuw is er elektriciteit. Al eeuwen daarvoor wist men van het bestaan van elektriciteit af maar men kon er niets mee doen. Maar de onderzoekers Ohm, Volta, Ampère, Watt e.v.a. waren met allerlei onderzoek bezig. In het jaar 1825 Ohm kwam de natuurkundige Watt met een formule op de proppen Watt = Volta x Ampère! En Ohm = Volta : Ampère (De Wet van Ohm). Menige elektriciteitswet zag het levenslicht en werd vastgelegd. De radio was nog lang niet in beeld. Tot het jaar 1837. De Amerikaan Samuel Morse bedacht het morsealfabet. Het was bedoeld als lange afstand communicatiemiddel, je kon berichten met behulp van elektriciteit versturen. De telefoon bestond in die tijd nog lang niet, deze werd in 1876 uitgevonden.
Met een seinsleutel werd elektrische stroom tussen twee kantoren in het ritme van de morsetekens "aan/uit" gezet. Een elektromagnetische ontvangmachine reageerde mee met het aan/uitschakelen en schreef met inkt automatisch de punten en strepen mee op een smalle meelopende papierstrook. Dat werkte voortreffelijk en onze vriend Morse kreeg de eer een openbaar telegraafnet te openen. De eerste verbinding werd gelegd tussen Baltimore en Washington. Nog voordat de radio werd uitgevonden was de aardbol al bekabeld, allerlei kabels lagen dwars door zeeën en oceanen.
Het morsealfabet is ontworpen voor 26 letters, 12 leestekens, 10 cijfers en de tekens "begin", "einde", "wacht even" en "vergissing". De letters die het meest voorkomen zijn bewust kort en de minder vaak voorkomende letters zijn langer; daardoor kun je best wel snel een bericht verzenden, zeg maar net zo snel als je schrijft. Landen met vreemde tekens hebben het morsealfabet voor eigen gebruik nog verder uitgebreid, zoals ä ö é ü. In 2004 is ook het apenstaartje in morse erkend:  . - - . - . Â
In de praktijk kun je met morse gemiddeld 22 woorden ofwel 110 letters overbrengen in een minuut. Al naar gelang de kwaliteit van de radioverbinding en de capaciteit van je collega pas je de seinsnelheid aan. Bij de zendamateurs worden officieel wedstrijden gehouden, waarbij soms seinsnelheden van 40 woorden per minuut worden gehaald. Dat geldt ook voor het opnemen.
De telegrafisten bedachten afkortingen om een lang verhaal kort te maken: (good morning: gd mng), en een oproep aan alle stations is: CQ (seek you = ik zoek u). Hele lijsten drielettercodes zijn ontworpen om de meest voorkomende vragen en antwoorden te vervangen, b.v. QRL? = Bent u bezig? QRL = Ik ben bezig. QTC 3 = Ik heb 3 berichten voor u. QTP = Ik loop de haven binnen, enz. Bij de NATO werd nog eens de Z-code ontworpen met naast de gangbare, ook specifiek militaire codes. Â
Na 1890 is er steeds meer onderzoek gedaan naar draadloze overdracht. Natuurkundige Marconi kreeg het voor elkaar om in 1895 elektromagnetische golven (radio) op te wekken en "over de grond" draadloos morsetekens over te brengen. Twee kilometer verderop zat zijn broer bij een primitieve ontvanger in spanning te wachten. Toen die in de luidspreker het klikken van de seinsleutel hoorde, sprong hij een gat in de lucht. De eerste radioverbinding was een feit. Korte tijd later seinde Marconi draadloos over Het Kanaal en vanuit Wales naar New Foundland. In 1909 ontving hij de Nobelprijs voor natuurkunde.
Heavyside ontdekte dat je niet alleen elektromagnetische grondgolven opwekt, maar dat die golven ook tot 200-500 km hoogte door de ruimte reizen en vervolgens door een geïoniseerde laag ( de Heavyside-laag) naar de aarde worden teruggekaatst die op zijn beurt ook weer als spiegel fungeert. De grootste afstand op aarde (de helft van 40.000 kilometer) overbruggen duurt slechts 1/15 sekonde.
Men merkte dat de golflengte en tijdstip bepalend was voor de afstand waarover een verbinding te leggen was.  Als je de golflengte verandert dan heeft dit invloeid had op de afstand die je wilde overbruggen overdag en bij nacht. Men kreeg vertrouwen in het onzichtbare medium en reeds in 1899 werd het Duitse schip "Kaiser Wilhelm der Grosse" als eerste uitgerust met radio in de langegolf en de middengolf. In 1904 werd het passagiersschip “Noordam†als eerste Nederlandse schip uitgerust met radiotelegrafie. Zo kwam er naast het eeuwenoude vak van navigator en het nog jonge vak van machinist, wéér een nieuw vak bij: marconist, of radio-officier. Echter vanwege de satellietverbindingen is per 1 januari 1999 dit vak afgeschaft. Tegenwoordig gebruiken alleen nog zendamateurs morse, naast de satelliet, telefonie, telex, moon bounce en amateur-tv nog altijd zeer geliefde en ambachtelijke vorm van communicatie.Â
Het PTT-kuststation Scheveningen Haven, later Scheveningen Radio/PCH werd opgericht in 1904 en ook in het buitenland kwamen er PTT walstations, o.a. Norddeich Radio/DAN (1907) in Duitsland. Ook radioamateurs experimenteerden volop, met tot resultaat dat door verbeterde technieken in de twintiger jaren d.m.v. kortegolven zelfs wereldwijd verbindingen konden worden gemaakt. Het ethergebruik en de veiligheid aan boord werd voor de scheepvaart internationaal al gereglementeerd in 1906 en later nog een paar keer.
Toen de "Titanic" in 1912 's nachts verging, gebruikte de marconist op 500 kHz het oude én het nieuwe noodsein: CQD SOS de MGY = we have struck iceberg sinking fast come to our assistance position lat 41.46N lon 50.14W = MGY
Niet alle schepen hoorden het. Op het vrachtschip "Californian", dat op enige afstand zat, zagen ze wel vuurpijlen, maar er werd geen actie ondernomen; ze dachten dat er op dat grote schip een feest aan de gang was. De marconist van de "Californian" had het tegendeel kunnen bewijzen, maar die was op dat tijdstip vrij van dienst en lag te kooi. Als gevolg van deze ramp kwam er een internationale wachtregeling voor marconisten, die door de invoering van satellietcommunicatie pas veranderde omstreeks 1985.





